Obesitas of overgewicht
Is een conditie van het lichaam waarbij de natuurlijke energiereserve die in vet opgeslagen is, de gebruikelijk hoeveelheid ver overschrijdt tot aan een punt dat de gezondheid in gevaar komt.
Bij mensen en huisdieren komt het vaak voor, in tegenstelling tot wilde dieren.
Uiteraard heeft dat alles te maken met overvoeding en te weinig bewegen.
Meer dan de helft van de volwassen Europese bevolking zou aan overgewicht lijden.
De meest gebruikte maat voor zwaarlijvigheid is de BMI of Body Mass Index.
Dit is het lichaamsgewicht gedeeld door de lichaamslengte in meters in het kwadraat. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen spier- en vetweefsel.
Een persoon met een BMI van 25 kg/m² heeft overgewicht.
Iemand met een BMI van meer dan 30 kg/m² is zwaarlijvig en heeft obesitas.
Men spreekt van morbide obesitas als de drempel van 40 kg/m² overschreden wordt.
Maar er is al sprake van morbide obesitas bij een BMI van 35 kg/m² indien zich samenhangende problemen voordoen zoals gewricht-, hart- en longziekten en hoge bloeddruk.
Van superobesitas spreekt men bij een BMI van boven de 50.
Het BMI alleen is echter een ontoereikend diagnosemiddel omdat het geen rekening houdt met de relatieve vet, bot en spierverhouding in het lichaam. Zo kan een atleet met veel spiermassa reeds als te zwaar beschouwd worden en een oudere, te magere persoon als normaal.
BMI houdt ook geen rekening met het gevaarlijke buikvet. Dit is vetweefsel in de buikholte en is zeer actief. Er bevinden zich enzymen in die de omzetting van cortisol naar cortisol beïnvloeden. Ook worden er ontstekingsfactoren door dit vetweefsel afgegeven zoals de tumornecrosefactor TNF
De toename van locaal cortisol en TNF in het bloed geeft meer ontwikkeling van het insuline resistent syndroom en van het metabool syndroom. In een verder gevorderd stadium kan het leiden tot diabetes type 2.
Deze processen zijn zeer schadelijk en leiden tot de ontwikkeling van hart- en vaatziekten.
Het opmeten van de buikomvang ter hoogte van de navel geeft een belangrijke indicatie.
Een buikomvang groter dan 88 cm bij vrouwen en 102 cm bij mannen wordt al als gevaarlijk beschouwd.
Zwaarlijvigheid is over het algemeen een resultaat van een combinatie van factoren zoals:
- Energierijke voeding
- Beperkte lichaamsbeweging en een zittend leven
- Onderliggende ziekte (bvb ziekte van Cushing)
- Eetbuienstoornis
- Teveel koolhydraten in de voeding
- Stress
- Te weinig slaap
- Genetische aanleg
Complicaties van zwaarlijvigheid zijn:
- Diabetes
- Slaapapneu
- Onvruchtbaarheid
- Rugpijn
- Artrose van heupen, enkels en knieën
- Depressie en lage zelfwaardering.
Terwijl sterke zwaarlijvigheid veel gezondheidsproblemen veroorzaakt, hebben mensen die enigszins te zwaar zijn weinig verhoogde mortaliteit. Sommige onderzoeken suggereren zelfs dat zij langer leven dan mensen met een normaal gewicht.
Dat komt vooral omdat, wanneer men ziek is en het lichaam niet in staat is om voedsel van buitenaf op te nemen, het moet kunnen terugvallen op de eigen reserves en dat lang genoeg tot het de ziekte heeft kunnen overwinnen.
Mensen die precies op hun gewicht zitten, hebben geen vetreserves en moeten hun eiwitten aanspreken (zij gaan als het ware hun eigen spieren opeten)
Disclaimer
Deze informatie is in geen geval bedoeld als behandeling, diagnose of genezing van lichamelijke of geestelijke afwijkingen. Raadpleeg altijd uw arts wanneer u met gezondheidsproblemen kampt, van welke aard ook.


